Domeinbeheer

 
In het Service Centre heeft u de mogelijkheid om uw domeinen te beheren. U kunt subdomeinen aanmaken en doorverwijzingen instellen. Ook kunt u de DNS en de nameservers aanpassen. Hieronder leggen wij de verschillende mogelijkheden uit.

  • Domeinverwijzingen
  • Domeinaliassen
  • Subdomeinen
  • DNS-records

 
  • Nameservers




Het doorverwijzen van een domeinnaam naar een (extern gehoste) website of webadres kan ingesteld worden in het Cosmos Service Centre. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat u meerdere domeinnamen heeft geclaimd en u uw bezoekers bij de domeinnaam wilt krijgen waaronder de website draait. Dat is praktischer dan onder elke domeinnaam dezelfde website te zetten. De meest simpele en overzichtelijke manier is dan ook het gebruik van domeinverwijzingen.

Domeinverwijzing aanmaken

Wanneer u als webmaster bent ingelogd in het Cosmos Service Centre kunt u onder het tabblad ‘Hosting’ een domeinverwijzing aanmaken. Selecteer de juiste domeinnaam in het drop down menu en navigeer naar ‘Domeinverwijzingen’ in het menu links onder. Daar kunt u onder het tabblad ‘Overzicht’ de URL invullen waarnaar u het geselecteerde domein wilt laten doorverwijzen. Gebruik bij het invullen van de URL het format http://uwanderedomein.nl. Klik vervolgens op de blauwe knop ‘Verwijs door’.

Domeinbeheer - Domeinverwijzingen overzicht

Domeinverwijzingen aanpassen

Onder het tabblad ‘Geavanceerd’ staat een overzicht van de bestaande domeinverwijzingen. De verwijzing van het ‘www.’ subdomein naar het hoofddomein staat standaard ingesteld. U kunt een domeinverwijzing die u heeft aangemaakt veranderen door op een URL te klikken en deze naar wens aan te passen.

Domeinverwijzingen ongedaan maken

Om een domeinverwijzing ongedaan te maken, verwijdert u eerst de bestaande verwijzingen door te klikken op het vuilnisbak-icoon naast de betreffende domeinverwijzingen. Vervolgens is het van belang dat u het ‘@’ subdomein weer aanmaakt onder ‘Subdomeinen’ in het menu links onder. Ten slotte gaat u onder ‘Domeinverwijzingen’ naar het sub tabblad ‘Geavanceerd’ en maakt u de verwijzing van ‘www’ weer aan. Bij het opnieuw aanmaken van de ‘www’ domeinverwijzing vult u ‘www’ in als het subdomein en de ‘@’ als bestemming. Ter informatie, het ‘@’ teken staat voor het hoofddomein zonder subdomein voorvoegsel (niet http://subdomein.uwdomein.nl, maar gewoon http://uwdomein.nl).

Domeinbeheer - Domeinverwijzingen Geavanceerd

Server alias

Voor multisite oplossingen kan het nodig zijn dat u meerdere domeinnamen wilt doorverwijzen naar één website en dat de URLs die bezoekers in de browserbalk invullen blijven staan. Als u zich in deze situatie herkent, dan kunt u ons per mail vragen om een Server alias in te stellen.




Ook domeinnamen zonder hostingpakket (oftewel ‘geparkeerde’ domeinnamen) kunnen worden doorverwezen. Het doorverwijzen van een domeinnaam naar een -extern gehoste- website of webadres kan zonder veel moeite ingesteld worden in het Cosmos Service Centre.

Domeinaliassen voor geparkeerde domeinen

Wanneer u een losse domeinregistratie heeft, zonder hostingpakket, kunt u een simpele doorverwijzing aanmaken. Als u naar ‘Hosting instellingen’ -> ‘Domeinalias’ gaat kunt onder ‘Bestemming’ de volledige url invullen waar u de domeinnaam naartoe wilt verwijzen. U kunt ook kiezen voor een ‘in frame’-verwijzing; dit laadt de site waar u naar verwijst onder uw domeinnaam.




Een subdomein is een domeinvoorvoegsel dat deel uitmaakt van het hoofddomein, gescheiden door een punt. Subdomeinen kunnen handig zijn om verschillende onderdelen van een organisatie of bedrijf een duidelijke plek te geven, of om er een belangrijk onderdeel van de site onder te brengen.

Subdomein aanmaken

Als webmaster kunt u in het Cosmos Service Centre op eenvoudige wijze een subdomein aanmaken: namelijk door onder ‘Hosting’ -> ‘Subdomeinen’ te klikken op de blauwe knop ‘+ Subdomein toevoegen’.

Ten eerste: subdomein ‘@’ laten staan!

Hier staat de geselecteerde domeinnaam standaard al als subdomein gedefinieerd. Voor een volledige online beschikbaarheid van uw domeinnaam dient u deze te laten staan. Zonder deze instelling wordt uw domeinnaam zonder www in de url onvindbaar voor onze proxyservers.

subdomeinen-overzicht

Subdomein toevoegen

Om een subdomein toe te voegen dient u de blauwe knop ‘+ Subdomein toevoegen…’ aan te klikken en achter ‘Subdomein’ de naam te plaatsen die u wenst voor de hoofddomein. Als u de dat heeft ingevuld kunt u volstaan met het opslaan van de configuratie middels de knop ‘Maak aan’.

subdomeinaanmakenmenu

Subdomein in gebruik nemen

Binnen enkele ogenblikken is uw subdomein klaar en is deze ook toegevoegd als ftp-map op dezelfde hoogte als de DEFAULT-map, onder de domeinmap. U kunt dus meteen aan de slag.




Om een website te kunnen zien en mail te kunnen gebruiken van een domeinnaam heeft een internetbrowser aanwijzingen nodig waar deze diensten worden gehost. Simpel gezegd is het DNS (Domain Name System) het telefoonboek van internet: computers kunnen alleen met elkaar communiceren op basis van een nummer (IP-adres), terwijl wij mensen beter werken met letters. Het DNS zorgt dus ervoor dat een domeinnaam omgezet kan worden in een voor computers begrijpelijk IP adres. Het DNS geeft de locaties vrij via verschillende type records waarvan het A-record (voor webserverlocaties) en MX-record (voor mailserverlocaties) de belangrijkste zijn. Zie zowel deze simpele infographic als deze uitgebreide infographic om een idee te krijgen hoe dit werkt.

Het DNS in het Cosmos Service Centre

Standaard stelt Greenhost bij een nieuwe domeinnaamregistratie de DNS gegevens in voor uw domein. Als de domeinregistratie actief is kunt u meteen aan de slag met het aanmaken en in gebruik nemen van e-mailaccounts en het plaatsen en updaten van een site. Als webmaster kunt u in het Cosmos Service Centre zelf per geselecteerde domeinnaam de DNS-records wijzigen, verwijderen of toevoegen. U vindt het DNS onder ‘Hosting’ -> ‘DNS’.

Pas op: weet wat u doet, want wijzigingen aanbrengen in het DNS kan ertoe leiden dat uw website of e-mail voor langere tijd onbereikbaar wordt!

De vier mogelijke bewerkingen van het DNS

U kunt het DNS op vier manieren bewerken: wijzigen, verwijderen, toevoegen van een DNS-record of het in zijn geheel uit of aanzetten van het DNS.

  • Wijzigen: bestaande DNS-verwijzingen kunt u direct bewerken in de betreffende velden door deze aan te klikken. Als u met uw muis over deze velden gaat wordt u hierop ook gewezen middels een dialoogballonnetje
  • Verwijderen: bestaande DNS-verwijzingen zijn te verwijderen middels een klik op het prullenbak-icoontje links vooraan elke regel
  • Toevoegen: door op direct boven de DNS-verwijzingen te klikken op de blauwe knop ‘+ Nieuw record’ kunt u een nieuwe DNS-verwijzing aanmaken in een nieuw venster waar u de vier hieronder besproken waarden kunt configureren
  • Uit- en aanzetten: in uitzonderlijke gevallen kan het nodig zijn het verkeer van en naar een domeinnaam volledig te stoppen. Dit kan door het DNS van de domeinnaam uit te schakelen middels de aan/uit-schakelaar.

De vier onderdelen van het DNS

Het DNS-record bestaat uit vier onderdelen: het Record, het Type, de Bestemming en de TTL.

‘Record’

Het record staat in het eerste kolom. Neem bijvoorbeeld het www-record die met een CNAME-type verwijst naar de hoofddomeinnaam. U kunt bij het aanmaken van dit record of alleen het voorvoegsel invullen of samen met de domeinnaam opgeven,  dus of alleen ‘www’ of ‘www.allema.al.’ (zonder de aanhalingstekens). Het is dan belangrijk om het record af te sluiten met een punt (.). Wanneer u deze punt vergeet heeft u feitelijk een record gemaakt met de naam www.allema.allema.al. Het al dan niet aanwezig zijn van deze punt geeft dus aan of het om een voorloop gaat of om een volledige naam. U kunt voor dit veld bij het aanmaken van een DNS-verwijzing ook enkele speciale karakters gebruiken, die in het overzicht worden vertaald naar een volledig record:

  • @‘, dit is een afkorting voor de domeinnaam zelf (in dit voorbeeld ‘allema.al’)
  • *‘ , deze ‘matcht’ op alles wat niet apart gedefinieerd is.

‘Type’

Binnen DNS zijn er verschillende type verwijzingen. In elk venster waar het DNS-type geconfigureerd moet zijn kunt u er een kiezen middels een dropdownmenu met de volgende keuze mogelijkheden:

  •  ‘A‘ Dit is het belangrijkste type. Hiermee wordt verwezen naar een IP adres
  • CNAME‘ Dit type verwijst naar een andere domeinnaam. U kunt dit gebruiken om een naam te laten verwijzen naar een ander domeinnaam (waar u bijvoorbeeld de DNS gegevens niet van beheerd). U hoeft dan niet steeds het IP adres te wijzigen voor dit record, het IP adres (A-record) van waar naar verwezen wordt wordt dan gebruikt. Een CNAME mag niet naar een IP-adres verwijzen
  • MX 10‘ Dit is een speciaal type, het verwijst naar de volledige domeinnaam van de primaire mailserver. Deze mag niet naar een IP-adres verwijzen
  • MX 20‘ En hoger. Idem aan MX 10, echter voor de secondaire/backup mailserver
  • AAAA‘ Dit type is nieuw en verwijst naar een IPv6 adres. Op den duur gaat IPv6 het normale IP verkeer vervangen

‘Bestemming’

De bestemming staat rechts en kan zowel een ip-adres, een domeinnaam of een definitie tussen haakjes bevatten. De bestemming geeft aan waar het type record op actief is. Bij een domeinnaam-verwijzing is het belangrijk om te bedenken of de waarde die wordt toegevoegd moet werken als zelfstandige domeinnaam of als subdomein: in het eerste geval en dus bij uitgeschreven domeinnamen is het belangrijk om deze te eindigen met een punt. Mocht u speciale records willen aanmaken, zoals een SPF-record, zorg er dan voor dat de definities binnen haakjes staan. U kunt voor dit veld bij het aanmaken van een DNS-verwijzing ook enkele speciale karakters gebruiken, die in het overzicht worden vertaald naar een volledig record:

  • @‘, dit is een afkorting voor de domeinnaam zelf (in dit voorbeeld ‘allema.al’)
  • *‘ , deze ‘matcht’ op alles wat niet apart gedefinieerd is.

‘TTL’

De TTL staat voor de frequentie dat de Nameservers de DNS-records opvragen, aangegeven in seconden. Standaard staat de TTL ingesteld op 3600 seconden (= 1 uur). Het kan handig zijn van te voren de TTL omlaag te zetten als er aanpassingen gemaakt gaan worden in de DNS en de nieuwe waarden met zo min mogelijk vertraging actief moeten worden. Als u geen idee heeft of u dit moet aanpassen raden we aan verder niets te doen met deze waarde.




Wanneer u een domein bij ons registreert verwijzen de nameservers standaard naar Greenhost. Via het Cosmos Service Centre kunt u gemakkelijk de nameservers van uw domein aanpassen en verwijzen naar de nameservers van uw keuze.

Nameservers aanpassen

Log in op het service center met uw webmaster-account en ga naar ‘Hosting’ -> ‘DNS’ -> sub-tabblad ‘Nameservers’. U kunt hier enkel de nameservernamen invullen, ip-adressen zijn niet noodzakelijk. Als u de nameservers weer standaard wilt laten verwijzen naar die van Greenhost, klik dan op de knop ‘Standaardwaarden’. Vergeet niet de nieuwe configuratie op te slaan.

Nameservers herstellen

Als u per ongeluk de nameservers heeft aangepast of de verwijzing naar externe nameservers niet meer nodig heeft en die van Greenhost wilt gebruiken, hoeft u dit niet handmatig te herstellen. U kunt de knop “Nameservers herstellen” gebruiken om de standaard Greenhost-nameservers opnieuw te configureren.

Let op:

– het kan tot 48 uur duren voordat de aanpassingen actief worden
– het voordeel van het aanpassen van de nameservers is dat de DNS record bij een andere hoster actief wordt
– bedenk dus ook dat als er problemen zijn met (de bereikbaarheid van) uw domeinaam, u niet gebruik kan maken van onze service. U moet dan bij de hoster zijn waar de nameservers naar verwijzen